Page 30 - Volkel op de mat - editie februari 2019
P. 30
Een gedeelte van het huis aan de Zeelandsedijk was erg slecht en moest
gerenoveerd worden. Martien zet grote ogen op. “Ik vertelde mijn baas
dat ik het huis gekocht had en hij vroeg meteen wat ik er voor betaald
had: 7000 gulden. De reactie van de baas was: VEUL TE DUUR.
Maar…. je bent metselaar dus je kunt het zelf verbouwen”.
“Het voorhuis was toen een café”, vertelt Jan, “en hier tegenover aan de
andere kant stond ook een café. Vroeger gingen de bedevaartgangers
vanuit Langenboom te voet en met huifkar of platte kar, naar Handel.
Hier was dan de rustplaats. Toen het later geen café meer was zorgden
wij er altijd voor dat ze hier nog konden stoppen en boden we ze iets te
drinken aan”.
In het huis aan de Zeelandsedijk werden Bert, Rini en Mario geboren.
Toen de tijd aanbrak dat Martien begon met de verbouwing, ging Jan, als
klein manneke, meehelpen. “Nou”, vertelt Jan, “ik moest van ons vader
met de kruiwagen scherpzand gaan halen om te metselen. Ik het zand
gehaald, mooi een spitse berg gemaakt met een kuiltje in het midden,
want daar moest cement en water in om te mengen. Ons vader kwam
kijken en zei: “Verrekte galpert(domoor) dat is geen scherpzand dat is
klapzand”. Ja, en toen kon ik het weer opladen en omruilen. Nee, ver-
wend zijn we niet”.
Later heeft Martien ook nog gewerkt bij een metselbedrijf uit Den Bosch,
dat zijn werkzaamheden in de omgeving van Uden uitvoerde. Martien
werkte vooral bij boeren en bouwde verschillende boerderijen in deze
omgeving. Op 60-jarige leeftijd is Martien om gezondheidsreden, door
problemen met zijn rug, moeten stoppen.
De oorlog.
Martien is soldaat geweest tijdens de oorlog. Hij was voor zijn nummer
gelegerd in de omgeving van Venlo. Hij kruipt weer op het puntje van
zijn stoel. “Op een gegeven moment was er alarm. Vaak was dat loos
alarm, maar we rukten toch maar weer uit. Telkens gepakt en gezakt naar
de stellingen aan de Maas. Maar deze keer was het serieus. De sergeant
riep, dDe Duitsers komen”. Ik kwam in een kazemat bij Blerick. Toen de
Maasbrug explodeerde wist ik dat het oorlog was. We werden door de
Duitsers gevonden en opgepakt. We werden met 40 mannen in de trein
in een veewagen gepropt en naar Kaldenkirchen getransporteerd. Het
beeld dat toen door mijn hoofd heen ging was: Allemaal straks op een
rijtje gaan staan en de mitrailleur er overheen. Gelukkig is dit niet ge-
beurd. We zaten/hingen 27 uur in de veewagen en werden helemaal ver-
voerd naar Fürstenberg tegen de Poolse grens. We werden in een soort
concentratiekamp van twee houten barakken gezet. Ik heb veel honger
gehad.

